Meer weten
De vragen die dokter Jan stelt, zijn brandend actueel in de geneeskunde
van vandaag en morgen. Volgens sommige artsen en wetenschappers zal iedereen
over enkele decennia beschikken over een genetisch paspoort. Daarop staan
al onze genetische aanlegfactoren vermeld. Anderen denken
dat het zo’n vaart niet zal lopen. Zij halen precies hemochromatose
aan als voorbeeld waarbij een genetische test helemaal niet zo nuttig
is. Uit onderzoek blijkt immers dat op honderd mensen die op beide chromosomen
6 de fout dragen, er slechts één is die ook daadwerkelijk
ijzer opstapelt in het lichaam. De overgrote meerderheid van mensen die
de fout dragen, zullen dus nooit last hebben van de ziekte. Heeft het
zin om hele bevolkingsgroepen te screenen op het gendefect als slechts
een hele kleine fractie van de gendragers ook echt de ziekte ontwikkelt?
Ondanks deze vragen is er in de medische zorgverstrekking al een verschuiving
zichtbaar van een klinische, klachtgebonden geneeskunde naar een voorspellende
geneeskunde. Maar het is helemaal nog niet duidelijk wat de consequenties
zijn van die voorspellende geneeskunde en op welke wijze mensen met kansen
en risico’s op ziekten zullen omgaan.
Het Nederlandse Rathenau Instituut, een centrum dat bewindvoerders en
burgers bijstaat om zich een oordeel te vormen over wetenschappelijke
en technologische ontwikkelingen, heeft een viertal mogelijke toekomstscenario’s
uitgewerkt waarin de voorspellende geneeskunde zich kan ontwikkelen. Dit
zijn de 4 scenario’s.
Grip op genen
De genetica is diep doorgedrongen in het maatschappelijke leven. De kennis
van de genetica is snel toegenomen. De toepassingen die hieruit voortvloeien,
zoals genetische tests, worden veelvuldig gebruikt. Nieuwsgierigheid en
het minimaliseren van onzekerheid zijn voor burgers motieven om van de
nieuwe, goed betaalbare, genetische technieken gebruik te maken. De overheid
stimuleert en reguleert het testen op risico’s. Het ontstaan en
de mogelijkheden om ziekten te voorkomen, worden in relatie tot de individuele
genetische aanleg beschouwd. De toepassing van genetische kennis wordt
gezien als een logische stap in de medische wetenschap om onnodig leed
te voorkomen.
Bewust gedrag
De samenleving is sterk gericht op het bevorderen van de gezondheid
door gedrags- en voedingsgewoonten aan te passen. De mogelijkheden om
ziekten preventief te behandelen op basis van genetische kennis, blijven
veeleer beperkt. Toch blijven mensen gericht op zekerheid en gaan ze zelf
op zoek naar mogelijkheden om hun risico’s op ziekten te verminderen.
DNA-tests worden hierbij als ondersteuning gebruikt, maar de overheid
stelt zich terughoudend op.
Gebruik op maat
Het ondergaan van een diagnostische test wordt kritisch afgewogen tegen
de spanningen en schijnzekerheden die ermee gepaard gaan. Voor veel aandoeningen
is geen effectieve behandeling aanwezig. Ziekte wordt als een onderdeel
van het leven beschouwd. Medische consumptie en onnodig gebruik van medische
zorgen worden door de overheid ontmoedigd.
Carpe Diem – Pluk de dag
Ondanks de snelle kennistoename in de medische genetica, maken maar weinig
burgers gebruik van de nieuwe diagnostische mogelijkheden. Men is beducht
voor misbruik door derden en mogelijke maatschappelijke uitsluitingen.
De voorkeur wordt gegeven aan een onbezorgde levensstijl gericht op het
heden. Ook in de geneeskunde wordt het gebruik van risicokennis niet gestimuleerd.
Welk van de vier scenario’s het uiteindelijk zal halen, is koffiedik
kijken. Er zijn immers talrijke factoren die een invloed hebben op de
ontwikkeling van de voorspellende geneeskunde: onder meer de onvoorspelbare
evolutie van de wetenschap, de rol van de overheid en de ontwikkeling
van het maatschappelijk denken over voorspellende tests.
Dokter Jan besluit alvast dat het nog wat voorbarig is om nu al aan een
genetisch paspoort voor zijn patiënten te denken. Maar wat de toekomst
zal brengen, weet ook hij niet.
Bron: A.F. Kruijff en R.F. Schreuder. Toekomstscenario’s
voorspellende geneeskunde. Den Haag: Rathenau Instituut, 1999. Werkdocument
73.
|