Publieksforum
30 burgers in dialoog over genetische tests
België - 2003


Suggesties voor opbouw van discussie of debat

Om te weten

Zeldzame en genetische ziekten raken ons allemaal. 4 tot 6 % van de bevolking heeft er rechtstreeks mee te maken omdat ze ziek zijn - dat zijn 25 tot 30 miljoen inwoners van Europa. 80 % van die ziektes hebben een genetische oorsprong. Wij dragen in feite allemaal een aantal genetische fouten in ons. Het volstaat dat wij een partner treffen die drager is van dezelfde genetische fout om één kans op vier te lopen dat wij een kind op de wereld zetten dat de ziekte effectief heeft. Het is dus pas nadat het bestaan van een genetische fout binnen een koppel ontdekt heeft, dat prenatale tests in focus komen voor de volgende kinderen.

Draaiboek

  1. Een basiskennis van genetica en genetische tests is wenselijk. Daarzonder loopt u het risico dat het debat vastloopt, of sporen volgt die volledig los staan van de werkelijkheid.
    In het secundair onderwijs biedt het thema voor de hand liggende mogelijkheden om over de vakkengrenzen te werken aan vakoverschrijdende eindtermen (sociale vaardigheden, opvoeden tot burgerzin en gezondheidseducatie).
    Samenwerking met het vak biologie is vanzelfsprekend. U kan ook samenwerken met vreemde talen, b.v. door leerlingen bepaalde interviews in de Franse/Nederlandse les te laten verwerken (het is zeker een pluspunt als de interviews in de originele versie gelezen worden).
    Genetica vormt een onderdeel van het vak biologie. Het is dus haast vanzelfsprekend dat de basiskennis over genetica daar verworven wordt. Neem dus contact met de leraar biologie en spreek af dat hij één of meer lessen aan de thematiek wijdt voor u met het debat begint.
    De basiskennis zit vervat in het luik "de genen" van de "brochure". Wil u er ook basiskennis over genetische centra aantoevoegen, lees dan ook het interview met Anne de Paepe. Ook bepaalde teksten uit "de keuze" binnen "brochure" bevatten relevante informatie, afhankelijk van het subthema dat geselecteerd wordt.
    Op de website van het Nederlandse Erfocentrum vindt u vier animaties die aspecten van erfelijkheid en genetica visueel duidelijk maken.
  2. Geef elke deelnemer een blad waarop hij invult:
    - drie voordelen, uitdagingen van genetische tests; wat hem aanspoort tot 'hoop'
    - drie aspecten die hem angst inboezemen of ongerust maken.
    Maak een overzichtslijst van de voor- en nadelen op bord of flipchart.
    Deze stap kan ook de eerste zijn.
  3. U kan twee wegen op:
    - van de praktijk naar de theorie - dan begint u met interviews met ervaringsgetuigen, patiënten, ouders, … en stapt u daarna over naar de interviews met de vertegenwoordigers van de genetische centra en eindigt u met de toekomstvisie van Cassiman en Englert.
    - van de theorie naar de praktijk: dan begint u met interviews die toelichten hoe genetische centra werken en toetst u dat daarna aan de ervaringen. Ook dan lijkt het aangewezen de toekomstvisie van Cassiman en Englert tot het einde op te sparen.
    In elk geval raden wij aan het ruime kader dat geschetst wordt door de professoren Cassiman en Englert, pas in een later stadium echt in de discussie te betrekken.
  4. Deel uw groep op in werkgroepen van 4 tot 6 personen. Geef ze elk een interview en maak uw keuze zo dat de interviews aanvullend materiaal leveren voor discussie, b.v. de drie interviews met Huntington-getuigen; Pierre Mertens-Schaaps-Ivana; Cassiman/Englert - Pypops - Schaaps.
    Een alternatief is dat u elke groep de tijd laat de set interviews te lezen en zelf hun keuze te maken. Risico hierbij is dat de interviews elkaar niet aanvullen in functie van een verrijkend debat.
  5. Uit het interview haalt elk groepje drie discussiepunten: stellingen of visies, waar ze het eens of oneens mee zijn, of waarover ze de mening van de anderen willen horen.
  6. Elk groepje legt zijn discussiepunten voor aan de grote groep. De groep (of u) legt vast over welke vragen verder gediscussieerd wordt, en in welke volgorde.
  7. Op basis van de standpunten die de deelnemers innemen vormt u nieuwe groepjes. Die zoeken in het materiaal van de website
    - argumenten die hun standpunt staven
    - argumenten die hun standpunt tegenspreken.
    Op basis van die inventaris herbepalen, nuanceren of versterken ze hun standpunt.
    In het secundair onderwijs kan u hier de opdracht aan verbinden dat ze hun standpunt in een korte tekst formuleren en staven met argumenten en bewijsmateriaal.
  8. Indien u de mogelijkheden heeft, is het natuurlijk een boeiende uitdaging voor de groep om in dit stadium een ervaringsgetuige en/of deskundige uit te nodigen. Een boodschap beklijft vaak beter als u ze rechtstreeks uit de mond van een betrokkene hoort en u de vragen kan stellen waarop u in het educatief dossier het antwoord niet heeft gevonden.
  9. De groepjes communiceren aan de anderen hoe hun standpunt al dan niet evolueerde. Deze uitwisseling is de start voor de verdieping van het debat.
  10. Bij de synthese sluit een lezing en bespreking van het dubbelinterview over de toekomstvisie van de professoren Cassiman en Egnlert zeer goed aan.
  11. In het secundair onderwijs kan u hier nog de opdracht aan verbinden dat ze hun visie individueel of in groep uitschrijven in een tekst.

Het is altijd mogelijk dat u een lid van de groep zich persoonlijk en emotioneel betrokken voelt of dat hij zich door de informatie en het debat realiseert dat er ook in zijn familie iets aan de hand is. Als u de reacties niet zelf kan opvangen, verwijs betrokkene dan naar zijn huisarts of een genetisch centrum. In de onderwijscontext kan u ook contact nemen met het CLB.