Naar de Franstalige versie van de educatieve site

 

 

Kunnen we nog kinderen krijgen?

Negen jaar geleden werd François op een koude decembernacht geboren.
Stéphane en Claire wachtten kalm de geboorte af, samen met de kleine Marie.
Die was 2 jaar en verheugde zich op een klein broertje. Een gezin zonder problemen.

Maar dan slaat alles plots om. De gynaecoloog neemt Claires gezicht in beide handen en fluistert met vaderlijke bezorgdheid: "Meisje, je zult veel moed nodig hebben …". Stukje bij beetje begrijpen de ouders dat het slecht gaat met hun baby. Hij kan niet op eigen kracht ademhalen en moet worden overgebracht naar het universitair ziekenhuis in Luik, zo'n 15 km verder.

Stéphane herinnert het zich alsof het gisteren was: hoe hij alleen, in het holst van de nacht, met de auto wegreed om naar zijn zoontje te gaan. Ook Claire vergeet dat nooit: "Toen ik na de bevalling terug op mijn kamer kwam, waren we allebei volledig ontredderd. François was net met de ambulance vertrokken. We hebben elkaar een tijdje getroost. Dan heb ik tegen Stéphane gezegd dat hij naar ons zoontje moest gaan, want die had zeker nood aan de genegenheid van zijn ouders. Ik kon niet bij hem zijn, dus moest zijn papa gaan. Ik bleef alleen achter, zonder baby, in die kamer in de kraamkliniek waar ik andere pasgeborenen hoorde leven in de kamers rondom mij."

De volgende morgen al mocht ook Claire haar zoontje bezoeken: "Hij lag aan het beademingstoestel, maar hij zag er volledig normaal uit. Hij woog 3,5 kilo en hij was zo mooi … Hij volgde ons met zijn ogen. Dat deed zo'n deugd." Claire, fotografe van beroep, haalt haar album boven met prachtige foto's van de kleine jongen, gevangen in een kluwen van tubes en buisjes.

Welke ziekte?

De dokters draaiden niet rond de pot: François zou niet blijven leven. Hij heeft het twaalf dagen volgehouden. In die twaalf dagen werd verschillende keren een biopsie genomen van zijn spierweefsel. Claire en Stéphane hadden daar alleen mee ingestemd omdat het ook voor hen belangrijk was om te weten aan welke ziekte François leed. Ze komen allebei uit een groot gezin en ze wilden meer dan één kind. Ze wilden het risico vermijden dat ook hun toekomstige kinderen ziek zouden zijn.

De kinderartsen stelden twee vragen aan de ouders. Waren er kinderen met gelijkaardige aandoeningen in de familie? Waren er onverklaarde sterfgevallen? Zij vermoedden meteen een genetische oorzaak en namen bloedstalen van de ouders voor analyse.

Claire huivert nog steeds als ze daaraan terugdenkt: "Je verliest niet alleen een kind, maar al je plannen vallen in duigen. Wij waren volledig de kluts kwijt. Ik voelde een onweerstaanbare drang om een nieuw kind in mijn armen te sluiten - zoals alle ouders die een kind verliezen, denk ik. En dan kwam die twijfel binnensluipen: wat als we geen ander kinderen meer kunnen krijgen?"

Het duurde zes eindeloze maanden voor ze bevestiging kregen: de ziekte van Werdnig-Hoffman, een zeldzame erfelijke ziekte, recessief. De zenuwen die de ademhalingsspieren sturen functioneren niet bij deze aandoening . "Waarschijnlijk zijn wij allebei drager van een gemuteerd gen. Er is dus één kans op vier dat onze kinderen geboren worden met twee zieke genen."

Punctie

Korte tijd later werd Claire terug zwanger. Een vruchtwaterpunctie werd uitgevoerd en opnieuw sloeg het noodlot toe: de punctie veroorzaakte een miskraam. Psychologisch was dat voor de ouders een zware beproeving, maar ze lieten de moed niet zakken, vooral niet omdat Marie voortdurend vroeg waar dat kleine broertje bleef dat haar beloofd was. Er volgde een tweede miskraam, maar enkele maanden later was Claire toch weer zwanger. De vruchtwaterpunctie werd uitgevoerd met een overmaat aan voorzorgsmaatregelen. De resultaten waren gunstig: de foetus was gezond. De zwangerschap verliep voorspoedig. Noë werd geboren, drie jaar na zijn oudere broer. Het is een stevige baby en hij ademt normaal. “Oef”.

Twee jaar later werd Claire onverwacht zwanger van Louis. Ook in zijn geval was het resultaat van het prenataal onderzoek gunstig. Marie heeft nu twee broertjes en ze stellen het beiden goed.

Een Parijs onderzoeksteam slaagde er kort na de geboorte van François in om het gen dat de ziekte van Werdnig-Hoffman veroorzaakt te lokaliseren op chromosoom 5. Claire en Stéphane geloven dat de ontdekking er misschien mee dankzij François gekomen is, want zijn weefselstalen werden precies naar dat laboratorium gestuurd voor onderzoek. "Dat was voor ons een meevaller. We weten natuurlijk niet of de monsters van ons bloed en van het spierweefsel van François het onderzoek een impuls hebben gegeven. In elk geval is het sinds die periode mogelijk prenatale tests uit te voeren voor deze ziekte. Als men het gen niet had kunnen lokaliseren, hadden wij bij elke zwangerschap in angst geleefd dat we misschien opnieuw een kind moesten verliezen."

Risico's

Heeft dat meegespeeld in hun beslissing om meer kinderen te krijgen? Stéphane gelooft het niet: "Wij hadden hoe dan ook drie kansen op vier om een gezond kind op de wereld te zetten." Claire is genuanceerder: "Ja, maar dat is hoe dan ook een risico van 25 %. Bij het Downsyndroom is het risico 1 op 700 zwangerschappen. Wij zaten met een risico van 1 op 4. Als de testen zouden aantonen dat het embryo was aangetast, dan hadden we de zwangerschap afgebroken, daar waren we het over eens. Wat voor zin heeft het een kind te laten geboren worden dat alleen maar lijdt en snel sterft? Zonder dat je dan ons verdriet meetelt … Maar wij waren zo gebrand op nog een kind, wij verlangden zo sterk naar een groot gezin, dat we toch nooit hadden kunnen stoppen na onze eerste dochter."

En wat als Marie, Noë en Louis straks zelf kinderen wensen? "Tegen dan hebben wij hen natuurlijk op de hoogte gebracht. Zij kunnen kiezen of ze tests laten uitvoeren of niet, of zij al dan niet willen weten of ze drager zijn van de genetische fout," antwoordt Claire. Maar Stéphane pikt daar meteen op in: "Wij hebben allemaal abnormale genen. Er is maar één kans op miljoenen dat onze kinderen een partner treffen met hetzelfde gemuteerde gen. Moeten wij nu duizenden andere tests laten uitvoeren om duizenden ziektes die mogelijk zijn, op het spoor te komen? Dat is een eindeloze opdracht." Claire klinkt genuanceerder: "Zij hebben een aanwijzing, een spoor. Ze kunnen tenminste laten onderzoeken of ze déze ziekte in zich dragen."

"Heeft de wetenschap ons nu echt geholpen?" vraagt Stéphane zich af. "Ik weet het echt niet. Ja toch, de wetenschap heeft ons geholpen om Noë en Louis te krijgen. Maar je kan het ook anders bekijken: de wetenschap heeft ons een slechte dienst bewezen want door de puncties werden ook een zwangerschap afgebroken … Nee echt, ik weet het niet."

 

Printvriendelijk formaat van deze pagina