“In onze afdeling vind je geen ‘prestatiegeneeskunde,"
zegt Anne De Paepe,
hoofd van de Dienst Medische Genetica van het Universitair Ziekenhuis
Gent.
“Elke consultatie neemt een uur tot anderhalf uur in beslag.
De mensen die naar een Dienst Medische Genetica komen, staan vaak voor
belangrijke keuzes.
Over hun toekomst of die van hun kinderen. Dergelijke keuzes kosten tijd,
veel tijd.
Sommigen doen er maanden, soms jaren over …
dan kunnen wij ze hier toch niet op enkele minuten terug buitensturen.”
Diagnose bevestigen
Mensen laten om verschillende redenen een genetische test uitvoeren.
De eerste grote groep zijn volwassenen of kinderen die iets mankeren.
Zij hebben vaak al een parcours van huisarts naar specialist en ziekenhuis
doorlopen. Wordt ergens het vermoeden geuit dat ze een fout dragen in
hun erfelijk materiaal, dan kan een genetische test dat vermoeden al dan
niet bevestigen.
Er bestaat niet zoiets als DE genetische test. Er zijn verschillende
soorten testen. Mogelijk scheelt er iets aan de chromosomen? Zoals bij
kinderen met het syndroom van Down. Zij dragen één chromosoom
teveel. “Dat type van veranderingen kunnen we met de microscoop
vaststellen. Voor heel wat erfelijke aandoeningen zijn de wijzigingen
niet zichtbaar onder de microscoop. Ze zitten verscholen in het DNA. Soms
leidt de verandering van één basenpaar al tot een ziekte.
De technologie is zover gevorderd dat we ook dit soort veranderingen kunnen
opsporen.”

Predictief en prenataal
“Iemand die zelf geen symptomen heeft, maar deel uitmaakt van
een familie waarin een erfelijke aandoening voorkomt, kan zich ook laten
testen. We kunnen bij die persoon nagaan of hij die genetische fout draagt
en dus later die ziekte zal krijgen. In dat geval spreken we van een ‘predictieve
test’. We kunnen zelfs bij ongeboren kinderen nagaan of ze later
zullen aangetast zijn door een genetische aandoening. We doen dan tijdens
de zwangerschap een punctie en nemen wat vruchtwater weg. Of we nemen
een stukje van de vruchtvliezen. Ook op die cellen kunnen we chromosomen-
of DNA-onderzoek doen. Dit noemen we ‘prenatale testen’.”
“Maar het gebeurt ook frequent dat we gewoon niets doen. Dat mensen
hier na een afspraak terug buiten gaan zonder genetische test. Vaak volstaat
een gesprek met een geneticus om uit te maken dat het niet om een genetische
aandoening gaat. Of dat het uitvoeren van een genetische test geen antwoord
biedt op de vragen waarmee die persoon zit. Vaak kunnen we zelfs een genetisch
advies geven op basis van dat ene gesprek.
In België kan je niet naar een huisarts of apotheker gaan en vragen
naar een genetische test. Alleen als de test wordt uitgevoerd door een
centrum dat erkend is door het Ministerie van Volksgezondheid, wordt ze
terugbetaald. Er zijn acht van die centra, één aan elke
universiteit. Zij staan ook in voor de begeleiding en opvang van de aanvrager.
“Een genetische test heeft heel andere consequenties dan bijvoorbeeld
de bloeddruk meten. Daarom is het belangrijk dat mensen eerst praten met
een geneticus die nagaat of een test wel nuttig is. In Belgie is de genetische
dienstverlening zo geregeld dat artsen die patiënten counselen, geen
persoonlijk financieel belang hebben bij het al of niet uitvoeren van
een test.”

Praten, praten, praten
“Iedereen kan in een genetisch centrum terecht. Sommige mensen
komen rechtstreeks aankloppen, anderen via een verwijzing van de huisarts
of een andere arts. Komt de aanvrager voor een predictieve test - bijvoorbeeld
iemand uit een familie met de ziekte van Huntington of familiale borstkanker
- dan gebeurt er na dat eerste gesprek nog geen bloedafname. Een psycholoog
tracht eerst te evalueren hoe mensen met het testresultaat zullen omgaan.
Liefst betrekken we de partner van de aanvrager of een andere vertrouwenspersoon
bij de gesprekken. Ook nadat de mensen hier buiten zijn, moeten ze ergens
steun vinden. Tijdens die sessies met de psycholoog leren mensen zichzelf
beter kennen. Ze worden geconfronteerd met hun eigen sterke en zwakke
punten. Alleen zo komen ze tot een weloverwogen keuze.“
“Ik push nooit mensen om een predictieve test te laten uitvoeren.
Hoe langer ik ermee bezig ben, hoe meer terughoudend ik zelfs word. Mensen
hebben tijd nodig. Ik verplicht hen om eerst na te denken over de consequenties.
Mensen staan daar aanvankelijk niet altijd voor open. Pas als je ze de
tijd geeft, komt alles los. In totaal gaat het minstens om drie tot vijf
gesprekken. Soms ook veel meer. Er zijn mensen die de hele procedure in
drie maanden doorlopen. Sommigen hebben er een jaar of meer voor nodig.”
De arts deelt zelf het resultaat van de test mee. Niet via de telefoon
of op een briefje. In de consultatieruimte. Van persoon tot persoon. Meestal
is ook de psycholoog aanwezig. “Soms is die eerste reactie heel
emotioneel. Tranen, elkaar rond de hals vliegen, soms zelfs rond die van
mij. Anderen zijn heel beheerst. Die nemen hun ‘lot’ met onvoorstelbare
waardigheid op.” Er wordt ook een afspraak gemaakt om elkaar terug
te zien, of minstens met elkaar te bellen. Dat kan de volgende dag zijn,
of een paar dagen later. In de weken daarna wordt gekeken of er noodzaak
is om verder contact te hebben.

Soms onbegrepen
“Het komt wel eens voor dat wij tijdens de eerste consultatie
vooral negatieve reacties, opstandigheid of onbegrip ervaren. Dat ik het
verwijt krijg: ‘Jij wilt mij niet helpen’, ‘Ik zal wel
ergens anders gaan’. Vooral bij jonge mensen. Jongeren vanaf 18
of iets ouder. Soms zijn die heel agressief. Ze komen met een ingesteldheid
van ‘ik wil dat hier weten zonder teveel tralala’. ‘Ik
heb zelf het recht om dat te beslissen’. Meestal hebben die jongeren
nergens een klankbord. Vaak wordt de problematiek rond die ziekte thuis
doodgezwegen. Die jongeren lopen rond met vragen waar ze geen antwoord
op krijgen. Dat gebrek aan communicatie tussen ouders en adolescenten
… dat richt echt ravages aan. Bovendien maakt de toenemende bewustwording
over genetica de jongeren ook kritischer. De generatie van de ouders van
adolescenten zit tussen hamer en aambeeld. Zelf wisten ze helemaal niet
dat er een genetische aandoening in de familie was. Ze trouwden en kregen
kinderen, zonder van iets te weten. Pas nadien kwam de bewustwording:
‘Hé, er is iets mis in onze familie’. En nu worden
ze geconfronteerd met hun eigen ziekte en tegelijkertijd met de verwijtende
vragen van hun adolescente kinderen.”
“Als zo’n jongvolwassene bij ons terecht komt en zegt ‘mijn
ouders weten niet dat ik hier zit’, dan heb je een probleem. Er
is het recht op privacy en tegelijkertijd het besef dat in zo'n context
een genetische test niets oplost. Integendeel zelfs. Het zal de spanningen
in het gezin zelfs op de spits drijven. Het vraagt veel overredingskracht
om die jongeren ervan te overtuigen dat zij beter hun ouders betrekken
in dat proces. Als ik dan na zes maanden bereik dat vader en moeder samen
met die jongere in de consultatie zitten en met elkaar kunnen praten over
die ziekte … tja, dan heb ik echt het gevoel ‘dat is toch
niet nutteloos geweest’.”
In principe worden predictieve testen alleen uitgevoerd bij volwassenen,
vanaf achttien. “Dat is een internationale consensus. Maar ja, soms
is die scheiding arbitrair. Er zijn mensen die er op hun 25ste nog niet
aan toe zijn. Ik heb ooit een predictieve test gedaan bij iemand van zeventien.
Die was daar klaar voor. Die had al op zijn vijftiende nadrukkelijk de
vraag gesteld en was sindsdien in contact gebleven. Toen hij zeventien
en half was heb ik wel gezegd, ‘we doen het’.”

Prenatale, onder tijdsdruk
Bij predictieve tests speelt de tijd in het voordeel van
de aanvrager. Bij prenatale tests helaas niet. Tijd is dan net de vijand.
Een koppel dat moet beslissen of ze een kind met een genetische aandoening
of een handicap ter wereld brengen, hebben vaak heel weinig tijd om te
beslissen.
Koppels die al een gehandicapt kind hebben en die bewust kiezen voor prenatale
diagnose, hebben vaak op voorhand al een beslissingstraject afgelegd.
Maar anderen, bij wie een triple test (hier link naar één
of andere site) of een echo verdacht uitvalt, hebben heel weinig tijd
om keuzes te maken. De volgende stap is meestal een vruchtwaterpunctie.
De meesten beginnen daar aan zonder dat ze goed weten wat de gevolgen
zijn. “Ik pleit er al jaren voor dat deze mensen tenminste één
gesprek hebben met iemand van een genetisch centrum vooraleer ze dat prenataal
onderzoek laten uitvoeren. Helaas zit dat er nog te vaak niet in. We zien
hen hooguit een half uurtje voor de vruchtwaterpunctie. Psychologisch
is dat een ramp.Hoe kan je die mensen nog voorbereiden? Hebben zij de
kans gekregen een gefundeerde keuze te maken? Hebben ze nagedacht wat
ze zullen doen als het resultaat van die punctie ongunstig is? Weten ze
dat er risico’s verbonden zijn aan zo’n punctie zelf?”
”Je moet koppels de mogelijkheid geven om geïnformeerde keuzes
te maken. Of ze bijvoorbeeld wel een triple test willen. Nu worden die
tests vaak te veelbelovend voorgesteld - als er op voorhand al iets over
wordt gezegd. Bovendien is het voor veel koppels niet duidelijk dat die
tests geen garantie zijn op een gezond kind. Dat inzicht ontbreekt.”
|