Naar de Franstalige versie van de educatieve site

 

 

Geen tijd om na te denken

"Het ging allemaal veel te snel. Ik weet dat mijn zwangerschap
al in een gevorderd stadium was en dat snel handelen noodzakelijk was.
Maar ik voelde de baby bewegen in mijn buik. Het was mijn baby."

Ik ben pas aangekomen bij Ivana (22) als twee kleine feetjes met een wipneus me goeiedag komen zeggen. Het zijn de twee meisjes, Sarah en Laura. Ik sta versteld: ze zijn al zo groot. "Inderdaad," zegt de jonge moeder, "ik was heel jong zwanger. Ik was 16. Ik ging nog naar school. Maar ook al had ik toen geen diploma en was ik niet gehuwd toch was ik dolblij toen ik het nieuws hoorde. Een baby, voor mij, dat was een wonderlijk gevoel." Daarna huwde Ivana met de vader, ze beëindigde haar studies, bracht een tweede meisje op de wereld en kocht een huis. Vorige herfst ontdekte ze dat ze drie maanden zwanger was. Het was onverwacht, maar, zo zegt ze, "vanaf de eerste minuut, rolde dat nieuwe levensproject zich voor mijn ogen af: ik kreeg een derde baby en het was goed zo."

Maar enkele weken later maakt een telefoontje van de gynaecoloog een eind aan de vreugde: de resultaten van de tripeltest waren verdacht. Een vruchtwaterpunctie was noodzakelijk. "Ik ben er naartoe gegaan, maar omwille van een probleem met paperassen, kon het onderzoek niet meteen doorgaan. Ik ging terug naar huis, heel boos en overtuigd dat ik geen tweede keer zou gaan. Eerst zitten ze 15 dagen vooraf aan te dringen dat ik dringend moet gaan, en dan kan het onderzoek niet. Bovendien: ik was ervan overtuigd dat ik geen enkel risico liep - 22 jaar en met twee supergezonde kinderen. Maar ja, uiteindelijk ben ik een week later toch maar teruggegaan."

Al tijdens het nemen van de punctie merkt de arts dat de kleur van het vruchtwater niet normaal is en hij zegt - met de nodige voorzichtigheid - dat de kans op slecht nieuws groot is. Daarna voert hij een echografie uit. Die is ook niet normaal. "Toen ik wegging, was ik zeer geïrriteerd over die specialisten die zich bemoeiden met mijn leven en ik herhaalde voor mezelf: het is niet mogelijk. Wat vertellen die allemaal? 't Is een bende idioten!"

Uit handen

Het resultaat van de analyse van de chromosomen laat niet op zich wachten: er is een chromosoom 21 te veel. Het kind heeft het Downsyndroom. Ivana breekt in tranen uit, ze wil het niet geloven: "Ik herhaalde tegen mezelf: dat kan niet, ze hebben zich zeker vergist." Maar alles komt in een stroomversnelling. Ivana's gynaecoloog neemt alles in handen: hij maakt meteen een afspraak in het ziekenhuis om de zwangerschap af te breken. Er is geen tijd te verliezen.

"In minder dan een week was alles voorbij. 's Maandags kreeg ik het resultaat, 's woensdags moest ik naar het ziekenhuis om pillen in te nemen die de weeën op gang zouden brengen en 48 uur later keerde ik terug voor de bevalling. Ik had veel pijn, maar die fysieke pijn ben je snel vergeten. De zielenpijn, die blijft. Iedereen was nochtans ontzettend vriendelijk en attent, iedereen wilde me steunen, niemand veroordeelde mij, iedereen herhaalde dat ik de goede beslissing genomen had, dat het kind hoe dan ook ongelukkig zou geweest zijn, enz. enz. Maar ik voelde me slecht bij wat ik gedaan had. Ik had mijn kind gedood."

"Het ging allemaal veel te snel. Ik weet dat mijn zwangerschap al in een gevorderd stadium was en dat snel handelen noodzakelijk was. Maar ik voelde de baby bewegen in mijn buik. Het was mijn baby."

Onmiddellijk na de bevalling beslisten Ivana en haar man dat ze het kind niet wilden zien. De volgende morgen voor ze het ziekenhuis wou verlaten, dacht Ivana daar al anders over. 'Ik kon niet vertrekken zonder mijn kind te zien en ik vroeg aan de verpleegster of dat kon. Ze hebben hem dus bij ons gebracht, hij was heel, heel klein, amper groter dan mijn hand, maar hij leek al helemaal op een echte baby. Een klein neusje, kleine oogjes. Het was een jongetje. Ik weende, ik weende, …"

Begrafenis

Ivana wilde een begrafenis thuis, intiem, alleen met de familie. Ze koos een kleine doodskist uit, helemaal wit geverfd, eenvoudig. Nu denkt u: en daarmee was de kous af. Het is voorbij, de bladzijde wordt omslagen. Maar zo eenvoudig is het niet. Nu vier maanden later, weent Ivana nog elke dag. In het geniep. Ze wil haar meisjes niet ongerust maken. Ze wil haar man niet teleurstellen die hoopt dat ze snel aan andere dingen begint te denken.

Ik vraag haar of ze er met haar dochters over gesproken heeft. "Natuurlijk heb ik daar met hen over gepraat, want we hadden al alles klaar gemaakt om het kleine broertje te verwelkomen. Ik heb ze dus moeten uitleggen dat mijn baby ziek was en dat de dokter gezegd had dat ik hem niet kon houden, dat hij in mijn buik zou sterven. Ik wist niet hoe ik hen kon uitleggen welke keuze ik had gemaakt. Maar als ze ouder worden, moet ik hen wel vertellen wat er echt gebeurd is, met de woorden van een volwassene. Ik ben vreselijk bang voor hun oordeel. Gaan ze me dat niet ooit verwijten?"

"Mijn eerste dochter kreeg ik toen ik 16 was, in moeilijke omstandigheden, maar ik heb ze gehouden. En kijk nu: ik leef in comfortabele omstandigheden, niets kon me tegenhouden om dat kind op te voeden, en toch heb ik het niet gehouden…. Het is hard! Ik ben 22, ik kon mijn leven in dienst stellen van mijn kind. Ik kan het moeilijk begrijpen. Het was niet eens een financieel probleem. Ik heb daar zelfs niet aan gedacht. Ik vind dat ik bekwaam ben om dat kind groot te brengen. Al besef ik dat me niet alles kan verbeelden wat dat aan zorgen zou hebben meegebracht."

Spijt

"Vandaag heb ik spijt over mijn keuze. Ik heb de tijd niet gehad om na te denken. Al hebben mijn man en ik wel gezegd dat we niet wilden dat onze kinderen er zouden moeten voor zorgen als wij er niet meer zouden zijn. De rede zegt me dat ik de goede keuze heb gemaakt, maar mijn hart zegt het tegenovergestelde."

Wat denkt ze dat ze zou gedaan hebben als er minder tijdsdruk was geweest, als ze de tijd gekregen had om na te denken? Na een lange stilte, antwoordt Ivana: "Ik zou waarschijnlijk dezelfde beslissing genomen hebben, maar dat zeg ik nu, met de afstand die er nu is. Maar ik zou me zeker minder schuldig gevoeld hebben. Wat ik mij op dit ogenblik het meest verwijt, dat is dat ik die keuze heb gemaakt. Ik weet dat we met zijn tweeën beslist hebben, maar ik droeg het kind in mij. Ik heb het gevoel dat ik dat verdriet alleen draag, al besef ik dat mijn man er ook van afziet - alleen: hij toont het niet… Ik heb de pillen geslikt, ik heb de bevalling beleefd. Ik droeg het leven, ik heb het leven weggerukt. Als het een miskraam geweest was, dan kon ik het makkelijker verwerken. Ik zou triest geweest zijn omdat ik mijn baby verloor, maar ik zou tenminste de last van het schuldgevoel niet moeten dragen."

Ivana gaat nog op gesprek bij de psycholoog die ze leerde kennen bij de zwangerschapsonderbreking. Het doet haar goed dat ze er kan blijven over praten. "Mijn echtgenoot? In het begin, ja, dan hebben we er samen over gepraat omdat het mij opluchtte. Maar nu? Hij zegt dat ik aan andere dingen moet denken. Maar ik geloof dat het nog jaren zal duren.. . Ik praat met de psycholoog om het gewicht van die schuld niet meer te voelen, maar ik vraag me af of dat gewicht wel ooit verdwijnt …"

Printvriendelijk formaat van deze pagina